10 km van Nijkerk
01-06-2013 10:05Vrouwenmarathon Brazilië: “Geen offer, maar genade”
Blauwe shirtjes kleuren de zaal. Het einddoel is letterlijk in zicht: ‘Brazilië 2014′, staat op het logo. Ter voorbereiding op deze reis lopen de marathonvrouwen vandaag 10 kilometer tijdens de halve van Nijkerk 600. De dames starten met een ochtendprogramma, waarin Esther Stoorvogel en Nelli Cooman beiden een workshop geven. “Ik vind hardlopen helemaal niet zo leuk”, biecht Nelli – voormalig Nederlands atlete- op. “Wij ook niet”, fluistert een vrouw in de zaal.
Toch staat Nelli vijf keer per week om vijf uur ’s ochtends op om te lopen. “Maar niet hard hoor”, voegt ze er lachend aan toe. Toen ze atlete was, las ze voor iedere wedstrijd uit de Bijbel, over de wedloop. Ze verplichtte haar coach om mee te lezen en te bidden. Want waar twee of drie vergaderd zijn, daar is de Heer, beredeneerde ze. Nelli deelt een krachtig en eerlijk getuigenis over pieken en dalen uit haar leven. Ze spoort de vrouwen aan positief te denken: “Zeg niet: ik moet dit doen, maar ik ga dit doen. Zie het niet als offer, maar als genade: je mag iets doen.” Daarnaast geeft ze nog wat (vrouwvriendelijke) tips mee. “Zorg ervoor dat het niet fladdert. En dat je lekker in je vel zit, dan loop je beter.”
De workshop van Esther Stoorvogel is interactief. De vrouwen gaan met elkaar in gesprek- om kennis met elkaar te maken, maar ook om te delen over de uitdagingen waar ze voor staan. Wat motiveert je, wat zie je als obstakel, wat zijn je beweegredenen? Hoe ga jij om met onrecht? Hoe treft Jezus je aan? Wat ben je bereid op te geven? Prikkelende en confronterende vragen die de gesprekken al snel op gang brengen. Esther spreekt met bevlogenheid: “Het is een keuze om de armen op te zoeken, net als Jezus daarvoor koos. Als je geld vraagt, doe je dat om kinderen uit prostitutie te houden. Als je kapot bent van het rennen, denk dan aan het doel van de reis: je doet het voor de kinderen in Brazilië.”
Ook brengt Esther wat feiten in kaart. “Elke vijf seconden sterft er een kind.” Ze vergelijkt het met een vliegtuigramp die het achtuurjournaal haalt, terwijl deze sterfgevallen weinig aandacht krijgen. “Per uur storten 720 kinderen neer. Maar getallen komen op ons hart als het mensen worden, gezichten worden.” En daar raakt Esther de kern van de reis: de mensen en kinderen ontmoeten die zich nu nog verschuilen achter de verhalen die we horen. En waar we ons nu al voor inzetten tijdens de voorbereidingen. Het enthousiasme onder de deelnemers is groot, de verbondenheid is tastbaar.
Na de lunch -een lichte- is het tijd voor de warming up. Nelli trekt haar sportschoenen aan en gaat de groep voor. Armen zwaaien rond in de lucht, de benen gaan gestrekt. Niet veel later zijn de vrouwen klaar voor vertrek. De presentator van de marathon is enthousiast over ‘de club vrouwen die naar Brazilië gaat’. Hij haalt de groep in de blauwe shirtjes regelmatig aan terwijl hij de loop aan elkaar praat. Bij de finish wacht een groepje de lopers juichend op. Na vijftig minuten druppelen de eerste vrouwen- bezweet en voldaan- binnen en rennen met flair de finish over. Niet veel later is iedereen gefinisht. Het was een feestje!

—————
